ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8705
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- J.P.A. Boersma
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardebepaling woning voor WOZ-heffing ondanks geschil over vergelijkingsobjecten
Belanghebbende betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning gelegen aan een rumoerige straat in Amsterdam, stellende dat de woning niet vergelijkbaar is met de gehanteerde vergelijkingsobjecten omdat het uit meerdere onzelfstandige woonruimten bestaat en een ingrijpende verbouwing vereist voor verkoopbaarheid.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport uit 2010, waarin drie vergelijkingsobjecten werden gebruikt die qua ligging, grootte en staat voldoende vergelijkbaar zijn. De rechtbank oordeelde dat de waarde aannemelijk is gemaakt en wees de bezwaren af. In hoger beroep bevestigde het Hof dit oordeel, stellende dat de woning als één object moet worden gewaardeerd volgens de Wet WOZ en dat de waardepeildatum leidend is.
Het Hof verwierp de door belanghebbende overgelegde taxatie uit 2012 wegens te grote afstand tot de waardepeildatum en benadrukte dat alleen gerealiseerde transacties relevant zijn voor waardebepaling, niet vraagprijzen of langdurige verkoopperiodes. De waarde per vierkante meter van de vergelijkingsobjecten was zelfs hoger dan die van de woning, wat in het voordeel van belanghebbende spreekt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van € 745.000 wordt bevestigd.