ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8693
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- J.P. Kruimel
- D.J. de Korte
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over proceskostenvergoeding bij bezwaar WOZ-waarde woning
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning en de daarbij behorende aanslag onroerende-zaakbelasting. Na vermindering van de waarde door de heffingsambtenaar stelde belanghebbende beroep in tegen de proceskostenvergoeding die was toegekend. De rechtbank stelde een vergoeding vast, maar het hoger beroep richtte zich op de hoogte van de vergoeding voor het taxatierapport en de wegingsfactor voor de proceskosten.
De rechtbank vond het redelijk dat de kosten van het taxatierapport deels werden vergoed tegen een lager tarief dan door belanghebbende opgegeven, en kende een wegingsfactor van 0,25 toe voor de proceskosten in beroep. Het Gerechtshof oordeelde dat de gemachtigde wel bevoegd was het beroep over de proceskosten te voeren en dat belanghebbende ontvankelijk was, ook al was de rechtsbijstand op no-cure-no-pay basis verleend.
Het Hof stelde vast dat de taxatiewerkzaamheden niet van zodanig bijzondere aard waren dat een lager tarief dan het door de taxateur opgegeven tarief van € 78,50 per uur gerechtvaardigd was. Ook wees het Hof het argument van de heffingsambtenaar af dat de kosten niet vergoed moesten worden vanwege een mogelijk belang van de taxateur. De wegingsfactor voor de proceskosten werd verhoogd naar 0,5 vanwege het lichte karakter van het geschil in hoger beroep.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze betrekking had op de proceskostenvergoeding en het griffierecht, en de heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van de kosten van belanghebbende tot een totaalbedrag van € 1.201. De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 14 juni 2012.
Uitkomst: De heffingsambtenaar is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.201.