ECLI:NL:GHAMS:2012:BW7820
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- J.W. Hoekzema
- D.J. Oranje
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten na beëindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik
In deze zaak stond de vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten centraal na beëindiging van een huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik. Panara vorderde een vergoeding van ruim €371.000,-, bestaande uit diverse kostenposten zoals verhuiskosten, inrichtingskosten, dubbele huur en omzetderving. [Appellant] betwistte de omvang en toewijsbaarheid van deze kosten.
Het hof overwoog dat niet alle gevorderde kosten als verhuis- of inrichtingskosten in de zin van artikel 7:297 BW Pro konden worden aangemerkt. Zo werden omzetderving en bepaalde verbouwingskosten uitgesloten. De dubbele verhuizing van Panara naar een tijdelijke en vervolgens definitieve winkelruimte werd echter wel als redelijk beschouwd, waarbij ook de kosten van beide verhuizingen en inrichtingen in aanmerking werden genomen.
Het hof stelde vast dat Panara onvoldoende had toegelicht welke kosten voor verbouwing en architectuur als verhuis- of inrichtingskosten konden gelden en paste een redelijke korting toe. Uiteindelijk werd een redelijke vergoeding van €20.000,- vastgesteld, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens werd een termijn van twee weken gegeven voor intrekking van de vordering door [Appellant], met bijbehorende proceskostenveroordelingen.
Uitkomst: Het hof kent een redelijke vergoeding van €20.000,- toe als tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten aan Panara.