ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6483
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsingang en ontvankelijkheid verzoeken teruggaaf dividendbelasting buitenlandse vennootschap
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van een Franse vennootschap die verzocht om verrekening en teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting over de jaren 2000 tot en met 2008. De vennootschap voerde aan dat de inhouding van dividendbelasting in strijd was met het vrije kapitaalverkeer en het discriminatieverbod van het EG-Verdrag, omdat binnenlandse situaties gunstiger werden behandeld.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de vennootschap geen recht had op teruggaaf of verrekening, behalve dat het bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek op grond van artikel 15 AWR Pro ontvankelijk moest worden verklaard voor de jaren 2003-2006. Het Hof bevestigt dat artikel 15 AWR Pro een rechtsingang biedt, ook voor buitenlandse lichamen, maar stelt dat de termijn voor verzoeken drie jaar bedraagt. Verzoeken voor de jaren 2000-2003 zijn daarom niet ontvankelijk.
Het Hof oordeelt dat de vennootschap niet objectief vergelijkbaar is met binnenlandse belastingplichtigen, omdat de Nederlandse dividendbelasting en vennootschapsbelasting op verschillende grondslagen zijn gebaseerd. Hierdoor is geen sprake van verboden discriminatie of beperking van het vrije kapitaalverkeer. De verzoeken tot teruggaaf of verrekening van dividendbelasting worden afgewezen, ook voor 2008, omdat het vermeende nadeel door het belastingverdrag met Frankrijk wordt gecompenseerd, behalve in 2008 waar geen verrekening plaatsvond vanwege verlies. Het incidentele hoger beroep van de inspecteur wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verzoeken tot teruggaaf en verrekening van dividendbelasting afgewezen, verzoeken voor 2000-2003 niet ontvankelijk verklaard.