ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6310
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gebruikelijk loon en verzuimboete in belastingzaak 2006
Belanghebbende, enig werknemer en aandeelhouder van een BV, voerde in hoger beroep aan dat zijn gebruikelijk loon in 2006 lager was dan het door de inspecteur vastgestelde bedrag van €39.000. Hij stelde dat de BV verlies leed en dat hij parttime werkte, waardoor een lager loon passend zou zijn.
De inspecteur betwistte deze stellingen en wees op positieve eigen vermogensposities van de BV in voorgaande jaren, de overwaarde van het bedrijfspand en het feit dat belanghebbende een salarisverhoging had ontvangen in 2005. Het hof achtte de argumenten van belanghebbende niet geloofwaardig en concludeerde dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het gebruikelijk loon lager was dan €39.000.
Daarnaast had belanghebbende de aangifte inkomstenbelasting 2006 niet tijdig ingediend, waarvoor de inspecteur een verzuimboete oplegde van aanvankelijk €340, verlaagd tot €113. Het hof oordeelde dat deze boete passend en geboden was.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat het belastbaar inkomen terecht was vastgesteld en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werden geen kosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het gebruikelijk loon blijft €39.000 en de verzuimboete van €113 blijft gehandhaafd.