ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4724
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslagen vermogensbelasting en vernietiging boetebeschikkingen
Het Gerechtshof Amsterdam heeft het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslagen vermogensbelasting (VB) over de jaren 1991 tot en met 2000 behandeld. Na eerdere tussenuitspraak heeft het hof de inspecteur opgedragen de vermogenscorrecties opnieuw te berekenen met inachtneming van een specifieke eliminatiefactor. De inspecteur kon het door de Hoge Raad verlangde bewijs niet leveren voor de navorderingsaanslagen, waardoor de aanslagen 1991-1998 verminderd moesten worden met de daarin begrepen verhogingen en de boetebeschikkingen voor 1999 en 2000 vernietigd.
Beide partijen stemden schriftelijk in met een uitspraak zonder nader onderzoek ter zitting. Het hof stelde de vermogens vast conform de herberekening van de inspecteur en oordeelde dat alleen kosten van beroepsmatige rechtsbijstand in aanmerking kwamen voor vergoeding. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 80,50.
Daarnaast bepaalde het hof dat het heropende vooronderzoek ook betrekking heeft op de schade door overschrijding van de redelijke termijn tussen ontvangst van het bezwaar tegen de navorderingsaanslagen VB en de datum van deze uitspraak. De uitspraak werd op 29 maart 2012 in het openbaar gedaan door mr. J.P.A. Boersma, lid van de belastingkamer.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, navorderingsaanslagen verminderd en boetebeschikkingen vernietigd.