ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4385
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.F. Faase
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onzakelijke verkoop van perceel door directeur-aandeelhouder en navorderingsaanslag
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een BV, verkocht in 2002 een perceel onroerend goed van de BV aan zichzelf tegen een substantieel lagere prijs dan de werkelijke waarde. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op wegens een vermeende uitdeling en een vergrijpboete wegens opzet.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag en boete. Het Hof oordeelt echter dat de verkoopprijs onzakelijk laag was en dat sprake is van een uitdeling van de BV aan belanghebbende. Het Hof stelt de werkelijke waarde vast op € 800.000 en vermindert de navorderingsaanslag tot het verschil met de overeengekomen prijs.
De inspecteur slaagt er niet in (voorwaardelijk) opzet aan te tonen, zodat de boete vervalt. Ook wordt de heffingsrente dienovereenkomstig verminderd. Het Hof wijst de vordering tot integrale proceskostenvergoeding af en bevestigt de forfaitaire vergoeding. Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard, dat van de inspecteur gegrond.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot € 359.833, de boete vervalt en de heffingsrente wordt aangepast.