ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4383
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie muzikale activiteiten als bron van inkomen voor inkomstenbelasting
Belanghebbende, werkzaam als muzikant en piloot, voerde in zijn belastingaangifte voor 2006 een negatieve winst uit onderneming op zijn muzikale activiteiten op. De inspecteur verwierp deze negatieve winst en stelde een hogere belastbare winst vast. De rechtbank oordeelde dat de muzikale activiteiten geen bron van inkomen vormden omdat er geen objectieve verwachting was dat er duurzaam winst zou worden behaald, mede gezien de jarenlange negatieve resultaten.
In hoger beroep bevestigde het Hof deze beoordeling. Het Hof stelde vast dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de situatie na 2006 zodanig was veranderd dat er wel een redelijke winstverwachting was. Ook een beroep op het vertrouwensbeginsel en heffingsrente werd niet voortgezet in hoger beroep. Het Hof concludeerde dat de muzikale activiteiten geen bron van inkomen zijn en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 19 april 2012, waarbij geen kostenveroordeling werd uitgesproken. De beslissing bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Haarlem.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de muzikale activiteiten geen bron van inkomen vormen.