ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9881

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
15 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00525
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep belastingaanslagen en boetebeschikkingen met compromis over buitenlands vermogen

Belanghebbende was in beroep gegaan tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en premie ziekenfondswet over de jaren 2001 tot en met 2003, alsmede tegen bijbehorende boetebeschikkingen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Amsterdam.

Tijdens de zitting op 21 februari 2012 bereikten partijen een compromis. Daarbij bleef alleen de navorderingsaanslag IB/PVV 1996 in stand, maar zonder de daarin begrepen verhoging, waardoor een te betalen bedrag van f 2.336 resteerde. De overige navorderingsaanslagen en boetes werden vernietigd, en de aanslagen en boetes van 2003 tot en met 2008 werden verminderd zodat bedragen gerelateerd aan banktegoeden in Duitsland en Luxemburg niet meer in de grondslag waren opgenomen. Ook werden de beschikkingen heffingsrente dienovereenkomstig vernietigd of verminderd.

Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraken op bezwaar, en paste de aanslagen en boetes aan conform het compromis. Belanghebbende zag af van immateriële schadevergoeding, proceskostenvergoeding en griffierecht. De uitspraak werd op 15 maart 2012 in het openbaar uitgesproken door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen zijn vernietigd of verminderd conform het compromis.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
Kenmerk 09/00525
15 maart 2012
uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X], wonende te [Z] (Zweden), belanghebbende,
tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk AWB 09/188 van de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst Utrecht-Gooi/kantoor Amersfoort, de inspecteur.
1. Ontstaan en loop van het geding
1.1. Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2001 tot en met 2003 de volgende (navorderings-)aanslag(en) inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV), premie ziekenfondswet (hierna: Zfw) en boetebeschikkingen opgelegd.
Belastingaanslag Aanslagnummer Belastbaar inkomen / premiegrondslag Boete
Navorderingsaanslag IB/PVV 2001 […] Box I € 17.732
Box III € 7.652 € 645
Navorderingsaanslag IB/PVV 2002 […] Box I € 11.931
Box III € 3.423 € 677
Navorderingsaanslag Zfw 2002 […] € 15.354 € 179
Aanslag IB/PVV 2003 […] Box I € 1.381
Box III € 5.477 € 1.329
Aanslag Zfw 2003 […] € 6.858 -
1.2. Bij uitspraken op bezwaar heeft de inspecteur belanghebbendes bezwaren tegen de hiervoor vermelde belastingaanslagen en boetebeschikkingen (gedeeltelijk) gegrond verklaard en als volgt verminderd.
Belastingaanslag Aanslagnummer Dagtekening Belastbaar inkomen / premiegrondslag Boete
Navorderingsaanslag IB/PVV 2001 […] 09-09-2008 Box I € 17.732
Box III € 6.917 € 425
Navorderingsaanslag IB/PVV 2002 […] 05-09-2008 Box I € 11.931
Box III € 2.611 € 434
Navorderingsaanslag Zfw 2002 […] 04-09-2008 € 14.542 € 136
Aanslag IB/PVV 2003 […] 29-09-2008 Box I € 1.234
Box III € 4.162 € 444
Aanslag Zfw 2003 […] 29-09-2008 € 5.396 -
1.3. Bij uitspraak van 25 juni 2009 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.
1.4. Het door belanghebbende tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 30 juli 2009. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
1.5. Van belanghebbende zijn nadere stukken ontvangen op 14 december 2009, omstreeks 22 januari 2010, 3 maart 2010, 26 april 2010, 7 mei 2010, 12 mei 2010, 25 mei 2010, 1 juli 2010, 6 december 2010, 27 januari 2011, 9 februari 2011, 31 maart 2011, 28 april 2011, 27 mei 2011, 12 juli 2011, 14 november 2011, 12 december 2011, 16 december 2011 en 30 januari 2012, waarvan afschriften zijn verstrekt aan de wederpartij.
1.6. Van de inspecteur zijn nadere stukken ontvangen op 14 januari 2010 en 20 augustus 2010, waarvan afschriften zijn verstrekt aan de wederpartij.
1.7. Bij aangetekende brieven met dagtekening 4 januari 2012 heeft het Hof belanghebbende en de inspecteur uitgenodigd te verschijnen ter zitting van 21 februari 2012.
Bij faxbericht van 9 februari 2012 heeft de inspecteur verzocht om uitstel van het onderzoek ter zitting. Het uitstelverzoek van belanghebbende is door het Hof op 10 februari 2012 afgewezen.
1.8. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 februari 2012. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.
2. Feiten
Gelet op het ter zitting bereikte compromis stelt het Hof geen feiten vast.
3. Geschil in hoger beroep
Belanghebbende betwist de rechtmatigheid van de onder 1.1 vermelde navorderingsaanslagen, aanslagen en beschikkingen.
4. Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Ter zitting hebben partijen het volgende compromis bereikt:
- uitsluitend de opgelegde navorderingsaanslag IB/PVV voor het jaar 1996, zoals die is vastgesteld bij uitspraak op bezwaar, blijft in stand, zij het zonder de daarin begrepen verhoging; hierna resteert op deze navorderingsaanslag een te betalen bedrag van f 2.336;
- de overige vastgestelde navorderingsaanslagen (voor zover van toepassing inclusief verhoging) en boeten worden vernietigd;
- de vastgestelde (primitieve) aanslagen en boeten betreffende de jaren 2003 tot en met 2008 worden aldus verminderd dat in de grondslag van die belastingaanslagen/boeten geen bedragen begrepen zijn die direct of indirect te relateren zijn aan banktegoeden bij [Bank A] te [Duitsland] of [Bank B] te [Luxemburg];
- de beschikkingen heffingsrente worden overeenkomstig het voorgaande vernietigd of verminderd; en
- belanghebbende ziet af van (immateriële) schadevergoeding, (proces-)kostenvergoeding en vergoeding van het door hem betaalde griffierecht.
Slotsom
De slotsom is dat het hoger beroep gegrond is.
5. Kosten
Gelet op het compromis acht het Hof geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten op de voet van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
6. Beslissing
Het Hof:
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de navorderingsaanslag IB/PVV 2001, alsmede de bij het vaststellen daarvan genomen boete- en heffingsrentebeschikking;
- vernietigt de navorderingsaanslag IB/PVV 2002, alsmede de bij het vaststellen daarvan genomen boete- en heffingsrentebeschikking;
- vernietigt de navorderingsaanslag Zfw 2002, alsmede de bij het vaststellen daarvan genomen boete- en heffingsrentebeschikking;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2003 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 1.068 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 2.681;
- vermindert de bij het vaststellen van de aanslag IB/PVV 2003 genomen beschikking heffingsrente dienovereenkomstig;
- vernietigt de boetebeschikking genomen bij het vaststellen van de aanslag IB/PVV 2003; en
- vermindert de aanslag Zfw 2003 tot een berekend naar een premiegrondslag van € 3.749 en vermindert de desbetreffende beschikking heffingsrente dienovereenkomstig.
De uitspraak is gedaan door mrs. P.F. Goes, voorzitter, F.J.P.M. Haas en M.J. Leijdekker, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Hogendoorn als griffier.
De beslissing is op 15 maart 2012 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.