ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9876
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- B.A. van Brummelen
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen antidumpingheffingen op spaarlampen met betwisting oorsprong en producent
De zaak betreft hoger beroep tegen vier uitnodigingen tot betaling (UTB) van antidumpingheffingen opgelegd door de Minister van Economische Zaken aan belanghebbende voor invoer van spaarlampen. De Minister stelde dat de lampen van Chinese oorsprong waren en niet van de opgegeven Indonesische oorsprong, en dat zij niet door de opgegeven producent C Ltd waren vervaardigd, waardoor een hoger antidumpingtarief van 66,1% verschuldigd zou zijn.
De rechtbank had eerder de beroepen van belanghebbende gegrond verklaard en de UTB's vernietigd wegens onvoldoende bewijs van de Minister. In hoger beroep heeft het Hof het oordeel van de rechtbank bevestigd. Het Hof oordeelde dat de Minister niet is geslaagd in de bewijslast om aannemelijk te maken dat de opgegeven oorsprong Indonesië onjuist was of dat de lampen niet door C Ltd waren geproduceerd. De Minister verwees naar een omvangrijk FIOD-rapport en correspondentie, maar het Hof vond dat deze verwijzingen onvoldoende concreet waren en niet voldeden aan de eisen van het recht van verdediging.
Het Hof ging in op de specifieke punten zoals de oorsprongsbewijzen, de rol van de leverancier B te Singapore, de betekenis van de aanvullende Taric-code A239, en de certificaten en inspectierapporten. De verklaringen van belanghebbende werden aannemelijk geacht, en de Minister kon niet overtuigend aantonen dat de lampen niet van Indonesische oorsprong waren of niet door C Ltd waren geproduceerd.
Het Hof veroordeelde de Minister in de proceskosten van belanghebbende en gelastte het griffierecht. De uitspraken van de rechtbank werden bevestigd en het hoger beroep van de Minister ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Minister wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van de antidumpingheffingen bevestigd.