ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9416
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vorming herinvesteringsreserve na verkoop onroerende zaak
Belanghebbende, een beheer- en beleggingsmaatschappij, had in 2006 de economische eigendom van een onroerende zaak verkocht aan de directeur en enig aandeelhouder, waarna een herinvesteringsreserve werd gevormd. De inspecteur weigerde deze reserve te erkennen, hetgeen leidde tot bezwaar en beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat volgens het arrest BNB 1970/93 geen herinvesteringsreserve mag worden gevormd bij overbrenging van een bedrijfsmiddel naar privé. Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat dit arrest niet van toepassing is en dat er wel degelijk een herinvesteringsvoornemen bestond, onderbouwd met gesprekken, bouwtekeningen en plannen.
Het Hof oordeelde dat het arrest BNB 1970/93 niet van toepassing is op deze situatie en dat de verkoop voor een zakelijke prijs heeft plaatsgevonden. Echter, belanghebbende slaagde er niet in voldoende concreet aannemelijk te maken dat op balansdatum een herinvesteringsvoornemen aanwezig was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde eveneens, aangezien geen sprake was van een toezegging door de inspecteur.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard, met bevestiging van de uitspraak van de rechtbank. Wel werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vorming van de herinvesteringsreserve wordt niet toegestaan.