ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9237
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- A.D.R.M. Boumans
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep tegen te hoge waardering
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2008, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €448.000 na bezwaar. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de waarde niet te hoog was vastgesteld en de rechtsgevolgen van de uitspraak op bezwaar in stand gelaten.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de waarde te hoog was, onder meer vanwege schuine wanden, belemmerd uitzicht, ligging aan een vrachtverkeersroute en hogere stookkosten. Het Hof oordeelde dat deze aspecten bij de koopsom van €495.000 in 2006 waren verdisconteerd en dat de heffingsambtenaar de waarde adequaat had onderbouwd met vergelijkingsobjecten.
De rechtbank en het Hof wezen het beroep af omdat de door belanghebbende voorgestelde waardering op basis van kubieke meterprijzen onvoldoende was onderbouwd en de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en liet de WOZ-waarde van €448.000 ongewijzigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €448.000 wordt bevestigd.