ECLI:NL:GHAMS:2012:BV8152
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.H. van Asperen
- A.D.R.M. Boumans
- P.M. Brilman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep doodslag na wurging ex-echtgenote zonder voorbedachte raad
In hoger beroep is de verdachte veroordeeld voor het opzettelijk doden van zijn ex-echtgenote door wurging en verstikking, waarbij het hof het bewijs van voorbedachte raad niet aannam. De advocaat-generaal had moord met voorbedachte raad gevorderd, maar het hof vond onvoldoende aanwijzingen dat de verdachte zich gedurende enige tijd had kunnen beraden.
De zaak draaide om de vraag of sprake was van kalm beraad en rustig overleg, noodzakelijk voor moord. Het hof oordeelde dat de omstandigheden, waaronder het verloop van de wurging en de verklaring van getuigen, onvoldoende waren om voorbedachte raad vast te stellen. Ook het gedragskundig rapport wees op een mogelijke impulsdoorbraak door de verdachte.
De verdachte werd vrijgesproken van moord, maar schuldig bevonden aan doodslag. De straf werd vastgesteld op negen jaar gevangenisstraf, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis. Het hof veroordeelde de verdachte ook voor het respectloos achterlaten van het slachtoffer en het verhullen van de waarheid. Verder werd de teruggave van in beslag genomen voorwerpen geregeld.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor doodslag zonder voorbedachte raad.