ECLI:NL:GHAMS:2012:BV7478
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.P.M. van den Dungen
- A.A. van Rossum
- B.J. Lenselink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat geen driejarig contract tussen tennistalent en KNLTB is gesloten
In deze civiele zaak vordert de wettelijk vertegenwoordiger van een tennistalent, hierna appellant, dat het hof het vonnis van de rechtbank vernietigt en vaststelt dat er een driejarig contract tussen zijn zoon en de KNLTB is gesloten. Appellant stelt dat de KNLTB tekort is geschoten door gedurende het derde jaar geen toegang te verlenen tot faciliteiten, waardoor schade is geleden.
De KNLTB betwist het bestaan van een driejarig contract en stelt dat slechts twee eenjarige overeenkomsten zijn gesloten voor de seizoenen 2007/2008 en 2008/2009. Het hof overweegt dat het LOOT-predicaat voor drie jaar geen garantie is voor een overeenkomst van die duur, maar slechts een voorwaarde om gebruik te maken van faciliteiten. Diverse contractstukken en correspondentie bevestigen dat de overeenkomsten steeds voor één seizoen werden aangegaan.
Verklaringen van betrokkenen en documenten zoals informatieboekjes en e-mails ondersteunen het standpunt van de KNLTB dat er geen driejarig contract bestond. Het hof concludeert dat appellant onvoldoende concrete feiten heeft gesteld om het tegendeel te bewijzen. Daarom wordt het bestreden vonnis bekrachtigd en wordt appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geen driejarig contract is gesloten en wijst de vordering van appellant af.