ECLI:NL:GHAMS:2012:BV7199
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J. Noordhuizen
- J.C. Toorman
- C.C. Meijer
- Rechtspraak.nl
Betaling courtage en vaststelling contractspartij in vastgoedtransactie
In deze civiele zaak stond de vraag centraal welke partij binnen een groep van vastgoedvennootschappen verantwoordelijk was voor de betaling van courtage aan makelaar Statement Real Estate. De zaak betrof een logistiek complex waarbij diverse concepten van een Letter of Intent (LOI) waren gewisseld, waarin onduidelijkheid bestond over de contractspartij.
Het hof oordeelde dat ondanks eerdere onduidelijkheden uit de concepten, uit de laatste versies van de LOI voldoende bleek dat B&S Houten B.V. als koper en contractspartij was aangewezen en verantwoordelijk was voor de courtagebetaling. Statement mocht erop vertrouwen dat zij primair voor Houten werkte en betaald zou worden door deze vennootschap.
De eerdere veroordeling van B&S Vastgoedfondsen B.V. tot betaling werd daarom vernietigd en de vordering tegen Houten toegewezen. Daarnaast werden vorderingen tegen andere groepsvennootschappen afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De wettelijke handelsrente werd toegewezen vanaf 19 februari 2010. Proceskosten werden deels gecompenseerd en deels aan Statement opgelegd.
Het hof verwierp ook de stellingen van Statement over onrechtmatig handelen en schadevergoeding wegens niet tijdig informeren en betalingsonwil, omdat deze onvoldoende feitelijk waren onderbouwd. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van het Haviltex-criterium bij de vaststelling van contractspartijen en betalingsverplichtingen binnen een groep van rechtspersonen in vastgoedtransacties.
Uitkomst: B&S Houten B.V. wordt veroordeeld tot betaling van de courtage aan Statement Real Estate met wettelijke handelsrente vanaf 19 februari 2010.