ECLI:NL:GHAMS:2012:BV6310
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J. Leijdekker
- P.F. Goes
- E. van Waaijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonbelastingheffing fitness-abonnement werknemers
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat het ter beschikking stellen van een fitness-abonnement aan zijn werknemers niet als loon moet worden beschouwd, omdat het sporten geheel of nagenoeg geheel tijdens werktijd zou plaatsvinden. Het Gerechtshof Amsterdam heeft dit betoog onderzocht aan de hand van verklaringen van (ex-)werknemers en de feitelijke situatie.
De verklaringen gaven aan dat werknemers het fitnesscentrum zowel binnen als buiten werktijd mochten gebruiken, zonder dat er toezicht of controle was op het gebruik. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat het sporten nagenoeg geheel tijdens werktijd plaatsvond. Het hof oordeelde daarom dat het fitness-abonnement als loon moet worden aangemerkt en dat de inspecteur de naheffingsaanslag terecht had opgelegd.
Daarnaast werd een horloge met inscriptie als afscheidscadeau onbelast geacht, waardoor de naheffingsaanslag met dat bedrag werd verminderd. De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, maar geen proceskostenveroordeling aan de inspecteur opgelegd. Het hof bevestigde deze beslissing en oordeelde dat geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak van het hof bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank en handhaaft de naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen voor het fitness-abonnement.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag loonbelasting voor het fitness-abonnement wordt gehandhaafd.