ECLI:NL:GHAMS:2012:BV5538
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt tuchtrechtelijke aansprakelijkheid gerechtsdeurwaarder voor onnodige kosten bij repeterend dagvaarden
De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) diende een klacht in tegen een gerechtsdeurwaarder die namens een zorgverzekeraar zeven maal een dagvaarding uitbracht tegen een dementerende schuldenaar in een verzorgingstehuis voor onbetaalde ziektekostenpremies. Ondanks meerdere verstekvonnissen en beslagleggingen bleef de gerechtsdeurwaarder repeterend dagvaarden zonder een summier nader onderzoek naar de situatie van de schuldenaar.
De gerechtsdeurwaarder beriep zich op haar ministerieplicht en een incassoprotocol, maar het hof oordeelde dat zij als zelfstandig openbaar ambtenaar ook de belangen van de schuldenaar moet wegen en verantwoordelijk is voor de proportionaliteit van de kosten. Het hof verwierp het verweer dat de KBvG niet-ontvankelijk zou zijn vanwege het nemo tenetur-beginsel.
Het hof stelde vast dat de gerechtsdeurwaarder onvoldoende invulling gaf aan haar kostenbeperkingsverplichting en daardoor tuchtrechtelijk laakbaar handelde. De eerdere beslissing van de kamer die de klacht gegrond verklaarde zonder maatregel werd vernietigd en het hof legde een geldboete van €2.500 op als passende sanctie.
De uitspraak benadrukt dat gerechtsdeurwaarders zorgvuldig moeten handelen bij repeterend dagvaarden en dat zij niet onnodig kosten mogen maken, ook niet op verzoek van de opdrachtgever. De zaak illustreert de balans tussen ministerieplicht en zorgvuldigheid tegenover schuldenaren, zeker bij kwetsbare personen.
Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarder is gegrond verklaard en er is een boete van €2.500 opgelegd wegens het maken van onnodige kosten door repeterend dagvaarden.