ECLI:NL:GHAMS:2012:BV0450
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over schending verdedigingsbeginsel en douanewaarde inkoopcommissies
In deze bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke zaak stond centraal of het recht van verdediging was geschonden bij het opleggen van uitnodigingen tot betaling (UTB’s) en een ambtshalve teruggaafbeschikking door de inspecteur. Belanghebbende, handelend als aangever voor importeur B, voerde aan dat zij niet vooraf in de gelegenheid was gesteld haar standpunt kenbaar te maken over de elementen waarop de UTB’s waren gebaseerd.
Het Hof stelde vast dat de inspecteur de resultaten van het douaneonderzoek niet met belanghebbende had besproken, maar alleen met B. Dit leidde tot een schending van het verdedigingsbeginsel, een fundamenteel beginsel van het gemeenschapsrecht. Desondanks werd geoordeeld dat deze schending niet automatisch tot vernietiging van de UTB’s leidt, tenzij er sprake is van nadeel. Omdat belanghebbende bewust geen nadeel stelde en ook geen nadeel bleek, bleef de UTB in stand.
Daarnaast werd beoordeeld of de 'fee for conduct production' op de tweede factuur kon worden aangemerkt als een inkoopcommissie die niet tot de douanewaarde behoort. Het Hof concludeerde dat F niet optrad als vertegenwoordiger van B bij de aankoop van goederen en dat de vergoeding eerder een verkoopcommissie betrof. Hierdoor behoren deze bedragen wel tot de douanewaarde. De uitspraken van de rechtbank werden vernietigd, behalve voor de vergoeding van het griffierecht, en de UTB met kenmerk 1 werd verminderd tot € 8.812,43.
Uitkomst: De UTB’s blijven in stand wegens ontbreken van nadeel ondanks schending verdedigingsbeginsel; de UTB met kenmerk 1 wordt verminderd tot € 8.812,43.