Uitspraak
mr. H. Loonsteinte Amsterdam,
mr. V. Bakkerte Amsterdam.
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Beoordeling
Gerechtshof Amsterdam
De huurder [appellante] huurt sinds 1982 een woning en had per april 2010 een huurachterstand van €3.460,55. De verhuurder [X] vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens deze achterstand, welke door de kantonrechter werd toegewezen met een termijn van twee maanden voor betaling. De huurder betaalde de achterstand niet binnen deze termijn, maar wel de lopende huur.
Later werd de huurder toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, die inmiddels is geëindigd met schone lei. De huurder stelde in hoger beroep dat het vonnis vernietigd moet worden omdat de achterstand geheel of gedeeltelijk is voldaan en er een betalingsregeling wordt nagekomen. Tevens betoogde zij dat de ontbinding en ontruiming niet gerechtvaardigd waren gezien de omstandigheden.
Het hof oordeelde dat de procedure in hoger beroep moet worden aangehouden zolang de schuldsaneringsregeling loopt, omdat executie van het vonnis dan niet mogelijk is. De beoordeling van de grieven wordt uitgesteld tot na het einde van de schuldsanering, wanneer de feitelijke situatie duidelijk is. De zaak is verwezen naar een latere rolzitting voor nadere standpunten van partijen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt aangehouden tot na het einde van de wettelijke schuldsaneringsregeling.