ECLI:NL:GHAMS:2012:4478
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J. Noordhuizen
- R.H. de Bock
- A.L.M. Keirse
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onttrekking aan beslag op auto
Appellanten waren toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar tijdens de toepassing daarvan werd bekend dat zij in november 2009 een auto hadden verkocht waarop beslag lag door schuldeisers. Dit beslag was persoonlijk betekend en de auto mocht niet zonder toestemming worden vervreemd.
De rechtbank beëindigde daarom de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub f Fw Pro. Appellanten voerden aan niet te weten dat er beslag lag en dat de auto een geringe waarde had, maar het hof oordeelde dat zij onvoldoende aannemelijk maakten dat zij te goeder trouw waren.
Het hof stelde vast dat de rechtbank niet op de hoogte was van de onttrekking aan het beslag ten tijde van de toelating, maar dat dit voor risico van appellanten kwam omdat zij de verklaring ex art. 285 lid 1 sub a Fw Pro hadden ondertekend en de schuldhulpverlener en rechtbank niet hadden geïnformeerd.
De verkoop van de auto zonder toestemming werd gezien als onttrekking aan het beslag, wat reden is voor beëindiging van de schuldsaneringsregeling. De omvang van de benadeling speelde geen rol. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en sprak geen kostenveroordeling uit.
Uitkomst: De tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt bekrachtigd wegens onttrekking aan beslag zonder toestemming.