Uitspraak
Het geding in hoger beroep
De stukken van het geding
De feiten
De standpunten van partijen
De beoordeling
De beslissing
Gerechtshof Amsterdam
Klager verzocht de notaris om een akte van depot op te maken van een enveloppe met inhoud die strikt persoonlijk en vertrouwelijk was. De notaris weigerde deze opdracht nadat hij de inhoud had ingezien, omdat hij van oordeel was dat de handeling een kennelijk ongeoorloofd doel of gevolg had.
De kamer van toezicht over de notarissen verklaarde de klacht van klager tegen de notaris ongegrond, omdat de notaris op goede gronden zijn medewerking had geweigerd. Klager stelde dat de notaris nalatig was, maar het hof nam de feiten over zoals vastgesteld door de kamer en vond geen aanleiding om daarvan af te wijken.
Het hof overwoog dat artikel 21 van Pro de Wet op het notarisambt de notaris verplicht zijn dienst te weigeren indien de werkzaamheden leiden tot strijd met het recht of de openbare orde, of kennelijk een ongeoorloofd doel dienen. Gezien de inhoud van de enveloppe was de weigering van de notaris gerechtvaardigd.
Daarom werd de bestreden beslissing van de kamer van toezicht bekrachtigd en de klacht ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beslissing dat de notaris terecht de opdracht tot het opmaken van een akte van depot heeft geweigerd wegens een kennelijk ongeoorloofd doel.