Uitspraak
Het geding in hoger beroep
De stukken van het geding
De feiten
Het standpunt van klager
Het standpunt van de notaris
De beoordeling
De beslissing
Gerechtshof Amsterdam
Klager stelde dat de notaris tekort was geschoten in zijn zorgplicht door bij het opstellen van het testament van zijn moeder, de erflaatster, niet te controleren of zij wilsbekwaam was aan de hand van het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie. Tevens wees klager op een clausule in het testament die volgens hem in strijd was met artikel 4:4 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
De notaris voerde verweer dat erflaatster zelf het voorstel voor de clausule had gedaan en dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan haar wilsbekwaamheid. Het Stappenplan is slechts een hulpmiddel en niet verplicht in elke situatie toe te passen.
Het hof oordeelde dat de door klager aangevoerde feiten, zoals het verblijf van erflaatster in een bejaardentehuis en haar vermeende dementie, onvoldoende waren onderbouwd om te vermoeden dat zij niet wilsbekwaam was. De clausule in het testament was niet zo ongebruikelijk dat extra voorzichtigheid geboden was. De notaris had voldoende alertheid betracht en het niet toepassen van het Stappenplan was niet laakbaar.
Het hof vernietigde de eerdere beslissing van de kamer van toezicht en verklaarde de klacht ongegrond. Hiermee werd bevestigd dat de notaris niet tekort was geschoten in zijn zorgplicht bij het opstellen van het testament.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris wordt ongegrond verklaard omdat geen aanwijzingen waren dat erflaatster niet wilsbekwaam was en het niet toepassen van het Stappenplan niet laakbaar was.