ECLI:NL:GHAMS:2011:BX6025
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.E. Buitendijk
- M.M.A. Gerritzen Gunst
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vaststelling uitkering levensonderhoud na echtscheiding met discussie over zwarte inkomsten
Partijen zijn gehuwd in 2004 en zijn medio 2009 feitelijk uit elkaar gegaan. De vrouw werkte als masseuse met een vast netto inkomen van € 200,- per maand, maar de man stelde dat zij daarnaast zwarte inkomsten had die niet waren meegenomen in de berekening van haar verdiencapaciteit.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof geoordeeld dat de vrouw redelijkerwijs in staat moet worden geacht een hoger inkomen te verwerven dan alleen het vaste salaris, mede gelet op haar werktijden en het aantal klanten. De man bracht bankafschriften in die contante stortingen op de rekening van de vrouw aantoonden, die de vrouw betwistte als huishoudgeld van de man.
Het hof achtte de stelling van de vrouw onvoldoende aannemelijk en concludeerde dat zij naast het vaste inkomen ook extra inkomsten had. Op basis hiervan werd de verdiencapaciteit van de vrouw vastgesteld op € 1.259,- netto per maand. De behoefte aan een uitkering tot levensonderhoud werd vervolgens berekend op € 845,- per maand, een bedrag dat het hof toewijst met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
Uitkomst: De man moet vanaf heden een uitkering tot levensonderhoud van € 845,- per maand aan de vrouw betalen.