ECLI:NL:GHAMS:2011:BX5737
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in hoger beroep wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs in zaak doodslag en geweld
Op 5 september 2007 werd [slachtoffer] in Amsterdam slachtoffer van een gewelddadig incident waarbij hij werd mishandeld en uiteindelijk dodelijk werd getroffen door een schot. Verdachte werd primair beschuldigd van medeplegen van doodslag, diefstal met geweld en afpersing, met meerdere subsidiaire tenlasteleggingen.
In eerste aanleg werd verdachte vrijgesproken. Het hof bevestigt deze vrijspraak in hoger beroep, maar met andere motivering. Uit uitgebreid onderzoek, waaronder telecommunicatieanalyse en getuigenverklaringen, bleek dat verdachte en medeverdachten zich in de nabijheid van het delict bevonden. Desondanks kon niet met de vereiste zekerheid worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij het plegen van het delict.
De bewijsvoering was onvoldoende om wettig en overtuigend schuld vast te stellen. Het hof oordeelde dat het zwijgen van verdachte niet als bewijs kon worden gewogen en dat het samenstel van bewijsmiddelen niet leidde tot een eenduidige toerekening van het delict aan verdachte.
De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelden werden afgewezen wegens het ontbreken van een schuldige gedraging van verdachte. Ook de gevangenneming van verdachte werd door het hof afgewezen. Het arrest werd uitgesproken door de twaalfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 juli 2011.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij het dodelijke schietincident.