ECLI:NL:GHAMS:2011:BV8632
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- A. Bockwinkel
- J. W. van Zaane
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid BFT voor onderzoek naleving WWFT door notaris en beroep op verschoningsrecht
In deze zaak staat centraal of het Bureau Financieel Toezicht (BFT) bevoegd is op grond van artikel 96 lid 5 juncto Pro artikel 112 lid 4 van Pro de Wet op het notarisambt (Wna) onderzoek te doen naar de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (WWFT) door een notaris. De notaris verweerde zich tegen het onderzoek door een beroep te doen op zijn verschoningsrecht vanwege zijn geheimhoudingsplicht.
De voorzitter van de Kamer van Toezicht op de notariële beroepsgroep had op verzoek van het BFT een onderzoek gelast en de uitvoering opgedragen aan de plaatsvervangend voorzitter, die vervolgens het BFT opdracht gaf het onderzoek uit te voeren. De notaris weigerde medewerking aan het dossieronderzoek, stellende dat het BFT niet bevoegd was voor onderzoek naar naleving van de WWFT en dat hij zich op zijn verschoningsrecht kon beroepen.
Het hof oordeelde dat het toezicht van de Kamer op grond van artikel 96 lid 1 Wna Pro niet ziet op de naleving van de WWFT, maar op de naleving van de Wna en aanverwante regelingen met betrekking tot het notariaat. Het BFT is wel toezichthouder op de naleving van de WWFT, maar dat toezicht is niet gebaseerd op artikel 96 Wna Pro. Daarom kan het BFT op basis van artikel 96 Wna Pro geen onderzoek instellen naar naleving van de WWFT bij de notaris. Het hof bevestigde dat de notaris zich terecht op zijn verschoningsrecht beroept voor zover het onderzoek betrekking heeft op de WWFT. De beslissing van de Kamer werd vernietigd voor zover die het beroep op verschoningsrecht verwierp en voor het overige bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het BFT niet bevoegd is op grond van artikel 96 Wna onderzoek te doen naar naleving van de WWFT door de notaris en bevestigt het recht van de notaris op verschoningsrecht.