ECLI:NL:GHAMS:2011:BV8103
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S. Clement
- M.W.E. Koopmann
- M.P. van Achterberg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgplicht en inspanningsverplichting UPC bij beursintroductie Priority Telecom
In deze zaak staat centraal of UPC tekort is geschoten in haar inspanningsverplichting om een actieve handelsmarkt te creëren bij de beursintroductie van Priority Telecom. Het hof bouwt voort op een eerder tussenarrest en oordeelt dat de aandeelhouders niet binnen bekwame tijd hebben geprotesteerd tegen Priority, waardoor hun vorderingen jegens Priority worden afgewezen.
Het hof bevestigt dat UPC een zorgplicht had, maar dat deze niet neerkwam op een resultaatsverplichting. De aandeelhouders hebben onvoldoende onderbouwd dat UPC onvoldoende heeft gedaan om een actieve handelsmarkt te realiseren. Factoren als het private placement en de omzetting van aandelen in prioriteitsaandelen hebben niet geleid tot een tekortschieten van UPC. Ook was het beursklimaat na 11 september 2001 sterk verslechterd, wat het ontstaan van een actieve markt bemoeilijkte.
De aandeelhouders konden bovendien niet aantonen dat de beursnotering op onjuiste gronden tot stand kwam met het oog op hun belangen. De toelatingsregels van Euronext zijn primair gericht op bescherming van beleggers, niet van bestaande aandeelhouders. De vorderingen van de aandeelhouders worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen van de aandeelhouders worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.