ECLI:NL:GHAMS:2011:BV7146
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- A.D.R.M. Boumans
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Doorberekening van omzetbelasting in liggeld voor woonboten door gemeente Amsterdam is toegestaan
Belanghebbende, eigenaar van een woonboot gelegen op Amsterdamse gemeentegrond, maakte bezwaar tegen de doorberekening van omzetbelasting (BTW) in het liggeldtarief dat de gemeente Amsterdam hanteert op grond van artikel 228 van Pro de Gemeentewet.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat de gemeente binnen haar wettelijke bevoegdheid bleef bij het vaststellen van het tarief inclusief BTW. Het hof bevestigt dit oordeel in hoger beroep. Het hof stelt dat de gemeente de omzetbelasting over het liggeld moet voldoen en dat het doorberekenen daarvan in het tarief niet leidt tot een willekeurige of onredelijke belastingheffing.
Voorts oordeelt het hof dat het gelijkheidsbeginsel niet wordt geschonden omdat situaties van precariobelasting voor woonboten niet gelijk zijn aan andere situaties zoals terrassen of luifels. De gemeenteraad mag voor verschillende vormen van gebruik van gemeentegrond aparte tarieven vaststellen.
Het hof ziet geen motiveringsgebrek in de uitspraak op bezwaar en constateert dat de gemeente niet buiten de grenzen van haar heffingsbevoegdheid is getreden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de doorberekening van omzetbelasting in het liggeldtarief door de gemeente Amsterdam is toegestaan.