ECLI:NL:GHAMS:2011:BV6678
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.W. Hoekzema
- E.M. Polak
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid veilingkosten en makelaarscourtage bij executie hypotheekrecht
In deze civiele procedure stond de executie van een hypotheekrecht centraal waarbij de voorgenomen executieveiling van het pand werd gestaakt. De hypotheekgevers en ING kwamen overeen dat de in redelijkheid gemaakte veilingkosten voor rekening van de hypotheekgevers zouden komen. De bank had met de makelaar een courtage afgesproken van 1% bij een verwachte verkoopopbrengst van meer dan € 2,5 miljoen, welke werd verlaagd naar 0,4% omdat de veiling niet doorging.
Het hof hechtte belang aan het oordeel van de Centrale Raad van Toezicht van de Nederlandse Vereniging van Makelaars, die het tarief niet ongebruikelijk of onjuist achtte. Het hof concludeerde dat de courtage niet overmatig was en niet onaanvaardbaar jegens de hypotheekgevers. Ook werd bevestigd dat partijen waren overeengekomen dat de veilingkosten voor rekening van de hypotheekgevers kwamen en dat deze in mindering mochten worden gebracht op een eerdere betaling.
De grieven van de hypotheekgevers werden ongegrond verklaard en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Amsterdam. De hypotheekgevers werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Dit arrest werd uitgesproken door de rolraadsheer namens het hof op 27 december 2011.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de veilingkosten en makelaarscourtage redelijk zijn en veroordeelt de hypotheekgevers in de kosten van het hoger beroep.