ECLI:NL:GHAMS:2011:BV6435
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.W. Hoekzema
- G.B.C.M. van der Reep
- C.A. Joustra
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over beëindiging huurbetalingsverplichting bedrijfsruimte per 1 juli 2005
Roq Holding huurde sinds 1 maart 2001 bedrijfsruimte van [geïntimeerde] en verhuurde deze vanaf 1 december 2001 onder aan [A.], een eenmanszaak. Op 19 juli 2005 vond een gesprek plaats tussen partijen, waarbij Roq Holding hoopte dat haar huurovereenkomst met [geïntimeerde] zou eindigen en dat [A.] direct van [geïntimeerde] zou gaan huren. Na deze datum stopte Roq Holding met huurbetalingen aan [geïntimeerde].
[geïntimeerde] factureerde in februari 2006 voor het eerst huur over de maanden augustus tot en met december 2005 aan Roq Holding, die niet betaalde en probeerde betaling van [A.] te verkrijgen. Roq Holding stelde dat een nieuwe huurovereenkomst tussen [geïntimeerde] en [A.] was gesloten per 1 juli 2005, waardoor haar huurverplichting was geëindigd, en dat zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op deze beëindiging. [geïntimeerde] betwistte dit en stelde dat de huurbetalingsverplichting op Roq Holding bleef rusten.
De kantonrechter had eerder geoordeeld dat de opzegging door Roq Holding niet was komen vast te staan en dat onvoldoende bewijs was voor directe huur door [A.]. Het hof oordeelt dat de stellingen van Roq Holding voldoende zijn om nader bewijs toe te laten over de vraag wat partijen op 19 juli 2005 hebben afgesproken. Daarom wordt een getuigenverhoor bevolen en verdere beslissing aangehouden.
Uitkomst: Het hof laat bewijs toe over het einde van de huurbetalingsverplichting per 1 juli 2005 en houdt verdere beslissing aan.