ECLI:NL:GHAMS:2011:BV3301
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J. Noordhuizen
- R.H. de Bock
- C.C. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling na eerdere beëindiging wegens tekortschieten
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld van X tegen de afwijzing van haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. X had eerder al een schuldsaneringsregeling gehad die was beëindigd vanwege haar tekortschieten in de nakoming van de verplichtingen.
X voerde aan dat zij destijds niet aanwezig kon zijn bij de beëindigingszitting en dat haar tekortkomingen niet aan haar toegerekend konden worden vanwege persoonlijke omstandigheden zoals meerdere verhuizingen, afhankelijkheid van relaties en financiële problemen. Zij stelde dat haar situatie nu verbeterd is met vaste woonruimte, begeleiding en inkomen, en verzocht om een nieuwe kans.
Het hof overwoog dat artikel 288 lid 2 sub d Faillissementswet Pro een imperatieve afwijzingsgrond bevat voor verzoeken tot toelating tot de schuldsaneringsregeling indien binnen tien jaar eerder een regeling van toepassing is geweest die is beëindigd wegens tekortschieten. De uitzondering op deze regel geldt alleen indien de beëindiging niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend, wat hier niet het geval was.
Daarom kon het hof niet anders dan het vonnis van de rechtbank bekrachtigen en het verzoek van X afwijzen. Verdere argumenten van X behoefden geen behandeling. Het arrest werd uitgesproken op 4 oktober 2011 door drie raadsheren van het hof.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af vanwege het imperatieve karakter van artikel 288 lid 2 sub d Fw.