ECLI:NL:GHAMS:2011:BV1680
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den A
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake navorderingsaanslagen en provisies belastingjaren 2000, 2003 en 2004
Belanghebbende voerde beroep aan tegen navorderingsaanslagen en boetes opgelegd door de inspecteur voor de belastingjaren 2000, 2003 en 2004. De kern van het geschil betrof de vraag of het voordeel uit een optie in 2000 als belastbaar inkomen kon worden aangemerkt, de toerekening van ontvangen provisies in 2003 en 2004, en de aanwezigheid van een nieuw feit in de zin van artikel 16 AWR Pro.
De rechtbank oordeelde dat in 2000 geen belastbaar feit was en vernietigde de navorderingsaanslag en boete, terwijl zij de provisies in 2003 en 2004 als belastbare baten aanmerkte en de navorderingsaanslagen handhaafde. Tevens werd een vergrijpboete opgelegd voor 2003. In hoger beroep werd slechts de proceskostenvergoeding voor 2000 betwist, terwijl voor 2003 en 2004 ook de heffing en de boete aan de orde waren.
Het Hof stelde een compromis voor dat door partijen werd aanvaard. Het vernietigde de proceskostenvergoeding en de vergrijpboete 2003, handhaafde de navorderingsaanslagen voor 2003 en 2004 en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten in beroep en hoger beroep. Het Hof wees tevens de vergoeding van kosten voor een taxatieverslag toe en bepaalde de hoogte van de proceskostenvergoeding volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak bevestigt dat de provisies in 2003 en 2004 tot de ondernemingssfeer behoren en belastbaar zijn als nagekomen bedrijfsbaten. Ook werd vastgesteld dat sprake was van een nieuw feit voor 2003, waardoor navordering mogelijk was. De vergrijpboete 2003 werd echter vernietigd wegens het compromis. Het vonnis biedt inzicht in de fiscale behandeling van provisies en de toepassing van het nieuw feit-begrip in de AWR.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de proceskostenvergoeding en vergrijpboete 2003 worden vernietigd, navorderingsaanslagen 2003 en 2004 worden gehandhaafd en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.