ECLI:NL:GHAMS:2011:BU8953
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vervroegde opeisbaarheid krediet en afwijzing beroep op zorgplicht en verrekening
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van appellant tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam waarbij hij werd veroordeeld tot betaling van het kredietsaldo van een lening van € 40.000,- met rente. De bank had de lening vervroegd opgevraagd wegens achterstallige betalingen conform de kredietovereenkomst en de toepasselijke productvoorwaarden.
Appellant voerde meerdere grieven aan, waaronder een beroep op het vertrouwensbeginsel en een zorgplicht van de bank vanwege een niet nagekomen toezegging tot kredietverhoging en het blokkeren van zijn bankrekening zonder betalingsregeling. Tevens stelde hij dat de contractuele rente over een bepaalde periode niet voor zijn rekening moest komen en dat verrekening van zijn schade met de vordering van de bank moest plaatsvinden.
Het hof oordeelde dat de reconventionele vordering tot schadevergoeding niet voor het eerst in hoger beroep kan worden ingesteld en dat de gegrondheid van verrekening niet eenvoudig vast te stellen is. De stellingen over de geblokkeerde rekening waren onvoldoende onderbouwd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en de zorgplicht faalde, evenals het betoog over de rente. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant in de proceskosten.