ECLI:NL:GHAMS:2011:BU8925
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing lijfsdwang bij belastingschuld afgewezen wegens onvoldoende voortvarendheid Ontvanger
De Ontvanger verzocht de rechtbank om toestemming tot tenuitvoerlegging van dwangbevelen door middel van lijfsdwang tegen een belastingplichtige vanwege een aanzienlijke belastingschuld over meerdere jaren. De rechtbank stond de toepassing van lijfsdwang toe, maar verklaarde het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad. Zowel de belastingplichtige als de Ontvanger gingen in hoger beroep tegen delen van dit vonnis.
Het hof constateerde dat de Ontvanger onvoldoende voortvarend had geprocedeerd. De procedure liep al meer dan tien jaar en het hoger beroep was bijna vijf jaar geleden ingeleid, zonder dat de Ontvanger met peremptoirstelling of een incidentele vordering de voortgang had bevorderd. Bovendien had de Ontvanger geen recente feiten gesteld die aannemelijk maakten dat de belastingplichtige nog in staat was om aan de dwangbevelen te voldoen, hetgeen noodzakelijk is voor de belangenafweging bij toepassing van lijfsdwang.
Gelet op de ernstige inbreuk die lijfsdwang op de persoonlijke vrijheid van de belastingplichtige betekent, moet terughoudendheid worden betracht. Het hof was daarom voornemens de primaire en subsidiaire vorderingen van de Ontvanger af te wijzen, maar stelde partijen in de gelegenheid zich hierover uit te laten om verrassingsbeslissingen te voorkomen. De zaak werd aangehouden tot de rolzitting van 4 oktober 2011.
Uitkomst: De vordering tot toepassing van lijfsdwang wordt afgewezen wegens onvoldoende voortvarendheid en gebrek aan recente feiten die de noodzaak rechtvaardigen.