ECLI:NL:GHAMS:2011:BU8792
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag en vernietiging boetebeschikkingen wegens onjuiste aangifte en administratieplicht
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen over de jaren 2000, 2001 en 2002 wegens het niet voldoen aan de administratieplicht en het niet doen van juiste aangiften. Na een boekenonderzoek en een strafrechtelijke veroordeling wegens handel in verdovende middelen, stelde de inspecteur navorderingsaanslagen vast op basis van vermogensvergelijkingen en een omkering van de bewijslast.
Het Hof oordeelde dat voor het jaar 2000 terecht de omkering van de bewijslast werd toegepast wegens ernstige tekortkomingen in de administratie. Voor 2001 en 2002 werd aanvankelijk geen beroep meer gedaan op deze omkering, maar het Hof stelde vast dat ook voor deze jaren sprake was van omvangrijke verzwegen inkomsten. Belanghebbende slaagde er niet in dit vermoeden te weerleggen, behalve gedeeltelijk voor 2001 door een verklaring van zijn vader over een buitenlandse overmaking.
Hierdoor werd de navorderingsaanslag 2001 verminderd tot een belastbaar inkomen van €138.600 en werden de boetebeschikkingen vernietigd wegens gebrek aan onderbouwing. Voor de overige jaren en aanslagen werden de beroepen ongegrond verklaard. Tevens werd belanghebbende in de proceskosten en griffierechten van het hoger beroep en bezwaar veroordeeld.
Uitkomst: Navorderingsaanslag 2001 verminderd en boetebeschikkingen vernietigd; overige beroepen ongegrond verklaard.