ECLI:NL:GHAMS:2011:BU7292
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.L. Bruinsma
- P.C. Kortenhorst
- N.F. van Manen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs meldingsplicht verdachte transacties chemische stoffen
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte, handelend namens een bedrijf, in de periode van oktober 2005 tot augustus 2006 opzettelijk niet tijdig verdachte transacties met zwavelzuur en zoutzuur had gemeld aan de bevoegde instanties, zoals vereist door de Wet voorkoming misbruik chemicaliën.
De rechtbank had verdachte veroordeeld, maar het hof vernietigde dit vonnis. Het hof oordeelde dat het insturen van lijsten met transacties aan de verkeerde FIOD-ECD vestiging te Haarlem, die deze lijsten vervolgens doorgestuurd heeft naar het juiste meldpunt in Utrecht, niet zonder meer betekent dat de meldingsplicht niet is nageleefd. Bovendien was er destijds onduidelijkheid over de precieze meldingscriteria en de wijze van melden.
Het Openbaar Ministerie kon niet aantonen dat de lijsten niet als meldingen konden worden aangemerkt. Er was geen bewijs dat de lijsten waren teruggestuurd of dat contact was gezocht om de melding te verduidelijken. Het hof concludeerde dat niet wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte de meldingsplicht heeft geschonden en sprak haar vrij.
Het arrest werd gewezen door de tweede meervoudige economische strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 5 december 2011.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van het niet melden van verdachte transacties.