ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6823
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie onroerende zaak als woning voor OZB-heffing
Belanghebbende bezat een onroerende zaak die zij deels zelf bewoonde en deels volgtijdig verhuurde aan toeristen. De heffingsambtenaar kwalificeerde de zaak als niet-woning voor de onroerendezaakbelasting (OZB) in 2008, wat belanghebbende betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat belanghebbende minder dan 70% van de tijd zelf in de woning verbleef en de verhuur commercieel was, waardoor het pand als niet-woning moest worden aangemerkt. Het hof stelde echter vast dat de drie verhuurde gedeelten afzonderlijk als woningen zijn ingericht en dat de onroerende zaak als geheel één woning vormt.
Het hof oordeelde dat de onroerende zaak in de perioden van verhuur en bewoning naar aard, indeling en bestemming als woning dient te worden aangemerkt volgens artikel 220a, tweede lid, van de Gemeentewet. Hierdoor werd de aanslag gebruikersbelasting vernietigd en de aanslag eigenarenbelasting verminderd tot het woonbelastingtarief.
Belanghebbende kreeg tevens proceskostenvergoeding toegekend. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, en stelde de aanslagen conform de woningkwalificatie vast.
Uitkomst: De onroerende zaak wordt als woning aangemerkt, gebruikersbelasting vernietigd en eigenarenbelasting verminderd tot € 392.