ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6627
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- I.A. Katz-Soeterboek
- P.L.R. Wefers Bettink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot schorsing van het geding na ontbinding vennootschap
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het verzoek van een ontbonden besloten vennootschap tot schorsing van het geding beoordeeld. De vennootschap was op 29 september 2010 ontbonden en opgehouden te bestaan, maar blijft volgens artikel 2:19 lid 5 BW Pro voortbestaan voor vereffening. Het hof stelde dat de schorsing op grond van artikel 225 lid 1 Rv Pro alleen mogelijk is indien de zeggenschap over het procesbeleid overgaat op een ander, wat hier niet het geval was.
De vennootschap had geen belanghebbende status zoals vereist en had niet voldaan aan de eisen van een aanzegging tot schorsing, waaronder het vermelden van de nieuwe zeggenschap over het procesbeleid. De procedure werd daarom niet geschorst en de vennootschap werd veroordeeld in de proceskosten.
De zaak werd verwezen naar een roldatum voor verdere behandeling van het incidenteel appel. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2011.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het geding door de ontbonden vennootschap wordt afgewezen en de vennootschap wordt veroordeeld in de proceskosten.