ECLI:NL:GHAMS:2011:BU1586
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting na onduidelijkheid financiering BMW
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag opgelegd door de inspecteur van de Belastingdienst over het jaar 2005, waarbij het belastbaar inkomen werd gecorrigeerd met een bedrag gerelateerd aan de aanschaf van een BMW. De financiering van deze dure auto was onduidelijk, ondanks verklaringen en bankafschriften die belanghebbende verstrekte.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat de correctie onjuist was. In hoger beroep bevestigde het Hof dit oordeel. Het Hof vond de verklaringen over de lening van de nicht en het bewaren van contant geld ongeloofwaardig en concludeerde dat belanghebbende niet voldeed aan haar verplichting om relevante gegevens te verstrekken, waardoor de bewijslast werd omgekeerd en verzwaard.
Daarnaast werd het verzoek tot schadevergoeding wegens waardedaling en niet-gebruik van de BMW niet-ontvankelijk verklaard omdat dit verzoek niet in eerste aanleg was ingediend en het beroep ongegrond was. Het Hof achtte de schatting van de inspecteur omtrent de correctie redelijk en niet te hoog.
De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 20 oktober 2011, waarbij de navorderingsaanslag werd bevestigd en het schadevergoedingsverzoek werd afgewezen.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard.