ECLI:NL:GHAMS:2011:BU1290
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S.F. Schütz
- D.J. van der Kwaak
- W.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Overgang onderneming en bescherming werknemers bij uitbesteding binnen concern
Deze zaak betreft de uitleg van Richtlijn 2001/23/EG en de toepassing van artikel 7:663 BW Pro omtrent de overgang van onderneming binnen een concern. Werknemers die in dienst zijn bij een personeelsvennootschap en gedetacheerd bij een werkmaatschappij, komen na uitbesteding in dienst bij de onderneming waaraan de werkzaamheden zijn uitbesteed. Het hof verwijst naar een arrest van het Hof van Justitie EU dat bevestigt dat ook niet-contractuele werkgevers binnen een concern als vervreemder kunnen worden beschouwd.
Albron voerde aan dat de richtlijn niet correct is geïmplementeerd en dat de Nederlandse wetsystematiek en het rechtszekerheidsbeginsel zich verzetten tegen een richtlijnconforme interpretatie. Het hof oordeelt echter dat de nationale rechter het nationale recht moet uitleggen in het licht van de richtlijn en dat de wetgever de richtlijn volledig heeft willen implementeren.
Het hof verwierp de stelling van Albron dat de wetstekst en parlementaire geschiedenis een andere uitleg vereisen en dat het rechtszekerheidsbeginsel een richtlijnconforme interpretatie in de weg staat. Ook de argumenten over de toepassing van cao's en ontvangen vergoedingen door de werknemer werden verworpen. Alle grieven van Albron falen, en het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt Albron in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt dat de uitbesteding binnen het concern een overgang onderneming is met behoud van arbeidsvoorwaarden.