ECLI:NL:GHAMS:2011:BT7243
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- J.P.A. Boersma
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde vrijstaande woning met zwembad en bijgebouw in hoger beroep
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn onroerende zaak, bestaande uit een vrijstaande woning met zwembad en bijgebouw, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €3.510.000 per 1 januari 2008 (waardepeildatum) en naar de staat van 1 januari 2009. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het taxatierapport van de gemeente als voldoende bewijs achtte.
In hoger beroep stelde het Hof vast dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde van de grond niet te hoog was vastgesteld, mede op basis van vergelijkingsobjecten. Echter, de waarde van de opstallen was onvoldoende onderbouwd, omdat de vergelijkingsobjecten beduidend kleiner waren en er geen aannemelijke correctie was toegepast. Ook de door belanghebbende ingebrachte taxatieverklaring was onvoldoende onderbouwd, omdat deze uitging van geraamde in plaats van werkelijke bouwkosten.
Het Hof besloot daarom de WOZ-waarde zelf vast te stellen op €3.000.000, waarbij de waarde van de grond werd overgenomen en de waarde van de opstallen werd aangepast. Tevens werd de aanslag onroerende-zaakbelasting op basis van deze waarde verminderd en werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt verminderd tot €3.000.000 en de aanslag onroerende-zaakbelasting wordt overeenkomstig aangepast.