ECLI:NL:GHAMS:2011:BS8754
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.A. van Brummelen
- E.M. Vrouwenvelder
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag BPM na inbeslagname en verkoop bestelauto
Belanghebbende exploiteert een oud-ijzerhandel en kocht in 2006 een bestelauto waarvoor BPM-teruggaaf werd verleend. Na inbeslagname en verkoop van de auto in het kader van een ontnemingsvordering legde de inspecteur een naheffingsaanslag BPM op. Belanghebbende stelde dat hij mocht vertrouwen op uitlatingen van het openbaar ministerie en beriep zich op het vertrouwensbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en fair play.
De rechtbank had de boetebeschikking vernietigd en het beroep deels gegrond verklaard. Het Hof voegt toe dat de inspecteur niet gebonden is aan uitlatingen van het openbaar ministerie, aangezien dit orgaan niet belast is met de controle op de naleving van de Wet BPM. Het beroep op het vertrouwensbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en fair play faalt daarom.
Het Hof stelt vast dat de verschuldigde BPM moet worden berekend vanaf de datum waarop belanghebbende het schikkingsaanbod in de strafprocedure aanvaardde. De naheffingsaanslag wordt verminderd tot € 6.147. Tevens veroordeelt het Hof de inspecteur in de proceskosten voor zowel de bezwaar- als de beroepsfase en gelast vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de naheffingsaanslag BPM verminderd tot € 6.147.