ECLI:NL:GHAMS:2011:BR5227
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- J.P.A. Boersma
- A.P.M. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslagen inkomsten- en vermogensbelasting met boetebeschikkingen
Belanghebbende is geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PV) over 1992-2000 en vermogensbelasting (VB) over 1993-1996. Zij maakte bezwaar tegen deze aanslagen en de daarbij opgelegde boetes. De rechtbank verklaarde het beroep VB niet-ontvankelijk en matigde de verhogingen en boetes voor IB/PV deels. Belanghebbende ging in hoger beroep.
Het Hof beoordeelde onder meer of de inspecteur terecht buiten de reguliere navorderingstermijn navorderingsaanslagen oplegde, de grondslag van de aanslagen, de toepassing van boetes wegens opzet, en de mate van kwijtschelding. Het Hof oordeelde dat de inspecteur de bevoegdheid tot navordering niet heeft overschreden, maar dat de rente-inkomsten op een gezamenlijke rekening slechts voor de helft aan belanghebbende toerekenbaar zijn. Tevens werd een rentevrijstelling voor 1995 toegepast.
De boetes werden bevestigd op 55% van de belastingbedragen, passend geacht wegens opzet en strafverzwarende omstandigheden zoals het gebruik van een bankrekening in een land met bankgeheim. Het beroep VB werd niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast werd belanghebbende een vergoeding van griffierecht toegekend. De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 16 AWR Pro en artikel 67e AWR en benadrukt de stelplicht van belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep VB niet-ontvankelijk, vermindert de navorderingsaanslagen IB/PV en boetes tot 55%, en gelast griffierechtvergoeding aan belanghebbende.