ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4729
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- C.E. Buitendijk
- J.W. van Zaane
- Rechtspraak.nl
Begeleide omgangsregeling vader-kind met dwangsom wegens weigering moeder
In deze zaak staat de omgang tussen een minderjarige en haar vader centraal, waarbij de moeder zich weigert te houden aan omgangsafspraken. De vader heeft verzocht om een omgangsregeling die begeleid wordt door het Omgangshuis, mede vanwege de weigerachtige houding van de moeder. De moeder stelt dat omgang niet in het belang van het kind is en verwijst naar vermeende mishandeling door de vader, wat zij niet met feiten onderbouwt.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd dat omgang in het belang van het kind is, maar geleidelijk moet worden opgebouwd via het Omgangshuis. De bijzondere curator onderschrijft dit advies. Het hof concludeert dat de weigering van de moeder niet gefundeerd is en strijdig met het belang van het kind. Daarom wordt een begeleide omgangsregeling vastgesteld.
De omgang dient binnen vier weken te starten bij het Omgangshuis Noord-Holland, waarbij beide partijen medewerking moeten verlenen. De moeder krijgt een dwangsom van €250 per keer dat zij niet meewerkt, met een maximum van €25.000. De zaak wordt aangehouden tot evaluatie in juli 2011. Lijfsdwang wordt op dit moment niet opgelegd.
Uitkomst: Het hof legt een begeleide omgangsregeling via het Omgangshuis op met een dwangsom voor de moeder bij weigering van medewerking.