ECLI:NL:GHAMS:2011:BR3067
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- J.C.M. van Sonderen
- Rechtspraak.nl
Geen tegemoetkoming overdrachtsbelasting bij dubbele verwerving erfpachtsrechten
Belanghebbende, een dochtermaatschappij binnen een concern, bracht onroerende zaken in een commanditaire vennootschap (C.V.) in, waarbij de juridische eigendom bleef bij belanghebbende en de erfpachtsrechten werden ingebracht in de C.V. als een beperkt recht. De economische eigendom van deze erfpachtsrechten werd verdeeld over de vennoten.
Belanghebbende verwierf later een extra belang in de economische eigendom van deze erfpachtsrechten en vorderde vermindering van overdrachtsbelasting op grond van artikel 9, vierde lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wbr) en het Besluit van 2007. De rechtbank wees dit af en het hof bevestigde dit oordeel.
Het hof oordeelde dat de erfpachtsrechten niet gelijkgesteld kunnen worden met de volledige economische eigendom van de onroerende zaken, dat belanghebbende niet de juridische eigendom van de erfpachtsrechten had en dat de verkrijging van het extra belang niet kan worden gezien als terugverkrijging van economische eigendom. Hierdoor is artikel 9, vierde lid, Wbr niet van toepassing en is geen vermindering van overdrachtsbelasting gerechtvaardigd.
Het hof wees ook het beroep op gelijkheidsbeginsel af en bevestigde dat de verkrijging belast is met overdrachtsbelasting. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van vermindering van overdrachtsbelasting bevestigd.