ECLI:NL:GHAMS:2011:BR0740
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Jurgens
- J. den Boer
- M.F.J.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak valsheid in geschrift en veroordeling onjuiste aangifte inkomstenbelasting
De verdachte werd in hoger beroep geconfronteerd met beschuldigingen van het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2000 en het valselijk opmaken en gebruiken van een beëindigingovereenkomst. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Amsterdam en deed zelf uitspraak.
Uit het dossier bleek dat de verdachte een bedrag van ruim 8,5 miljoen gulden als ontslagvergoeding had opgegeven, terwijl een substantieel deel daarvan een bonusbetaling over 1999 betrof die tegen een hoger tarief belast had moeten worden. De verdachte was zich bewust van de fiscale consequenties en had opzettelijk een onjuiste aangifte gedaan, waardoor te weinig belasting werd geheven.
Tegelijkertijd sprak het hof de verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van het valselijk opmaken en gebruiken van de beëindigingovereenkomst, omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat hij het oogmerk had dit geschrift als echt en onvervalst te gebruiken. Ook werd hij vrijgesproken van het subsidiaire feit van het gebruik maken van het valselijk opgemaakte geschrift.
De verdediging voerde verweren aan tegen de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en het bewijs, maar deze werden door het hof verworpen. Het hof legde een geldboete van € 200.000 op, met vervangende hechtenis bij niet-betaling, en achtte een gevangenisstraf of werkstraf niet passend gezien de omstandigheden en het verleden van de verdachte.
Het arrest is gewezen door de vierde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 7 juli 2011.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van valsheid in geschrift en veroordeeld tot een geldboete van € 200.000 voor het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte inkomstenbelasting.