ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ9593
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verrekening negatief inkomen en aftrek scholingsuitgaven 2003
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting 2003, waarin een negatief inkomen van € 27.176 werd gecorrigeerd door de inspecteur en aftrek van scholingsuitgaven werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof vernietigt deze uitspraak deels.
Het geschil betrof of het negatieve inkomen uit werk en woning in 2003 verrekend mocht worden en of belanghebbende recht had op aftrek van scholingsuitgaven. Uit stukken bleek dat in 2004 een verrekening tussen UWV-instanties had plaatsgevonden, maar niet in 2003. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat er in 2003 een verrekening was geweest.
De rechtbank oordeelde dat scholingsuitgaven alleen aftrekbaar zijn indien zij direct verband houden met een opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen. Belanghebbende slaagde er niet in aan te tonen dat zijn kosten hieraan voldeden.
Het hof sluit zich aan bij deze overwegingen en verklaart het hoger beroep gegrond voor de zorgkosten, vermindert de aanslag, veroordeelt de inspecteur in de proceskosten en gelast vergoeding van griffierecht. Het beroep op verrekening van het negatieve inkomen en aftrek scholingsuitgaven faalt.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond voor zorgkosten, maar wijst het beroep af voor verrekening negatief inkomen en aftrek scholingsuitgaven.