ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8496
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- J.T. Sanders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navordering omzetbelasting bij invoer motorjacht wegens onjuiste toepassing verleggingsregeling
Belanghebbende, een Nederlandse vennootschap, deed aangifte ten invoer van een motorjacht en bracht de omzetbelasting in aftrek op basis van artikel 23 Wet Pro OB (verleggingsregeling). De inspecteur legde een navordering op grond van artikel 22 Wet Pro OB op, stellende dat de verleggingsregeling onterecht was toegepast omdat het jacht feitelijk bestemd was voor A, een natuurlijk persoon en enige aandeelhouder van de eigenaar B Ltd.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende geen in rechte te beschermen vertrouwen had dat de constructie met toepassing van artikel 23 Wet Pro OB was goedgekeurd, en oordeelde dat sprake was van misbruik van recht. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat belanghebbende het beroep op schending van het verdedigingsbeginsel heeft prijsgegeven. Verder concludeert het hof dat A feitelijk de gebruiker en eigenaar was, waardoor de verleggingsregeling niet van toepassing was.
Het hof wijst het beroep op gewekt vertrouwen af omdat belanghebbende onvoldoende openheid van zaken heeft gegeven en de inspecteur niet expliciet een standpunt over de verleggingsregeling heeft ingenomen. De navordering van € 4.521.050 omzetbelasting is terecht opgelegd. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep van belanghebbende af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de navordering omzetbelasting bij invoer van het motorjacht en wijst het beroep van belanghebbende af.