ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ3919
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verwerping hoger beroep inzake beslagvrije voet en rogatoire commissie
Appellant kwam in hoger beroep tegen de afwijzing van zijn verzoek tot vaststelling van een beslagvrije voet en het instellen van een rogatoire commissie. Hij ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop beslag was gelegd en voerde aan dat hij gescheiden leefde en alimentatieplichtig was, met bijkomende kosten zoals schoolgeld en huur.
De kantonrechter had zijn verzoeken afgewezen omdat appellant onvoldoende openheid van zaken gaf over zijn financiële situatie en leefomstandigheden, en onvoldoende concreet bewijs aanbood voor het instellen van een rogatoire commissie. Appellant stelde dat het weigeren van de rogatoire commissie in strijd was met EU-recht en artikel 6 EVRM Pro.
In hoger beroep leverde appellant slechts beperkte stukken aan en koos bewust ervoor het hof niet te voorzien van aanvullende stukken uit de eerste aanleg. Het hof oordeelde dat hierdoor onvoldoende aanknopingspunten bestonden om zijn verzoeken toe te wijzen. De stelplicht en bewijslast rusten op appellant, die dit niet voldoende had voldaan.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de kantonrechter en wees het hoger beroep af, waarbij appellant werd veroordeeld in de kosten van de procedure.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beschikking van de kantonrechter wordt bekrachtigd.