ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ3911
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering wegens niet-betaalde provisies en bestuurdersaansprakelijkheid afgewezen
In deze civiele zaak vorderden Unicom c.s. betaling van niet-doorbetaalde provisies voor mobiele telefoonabonnementen van Top MT c.s. Het geschil betrof de vraag of er een overeenkomst bestond tussen partijen over provisiebetalingen en of bestuurders van Top MT persoonlijk aansprakelijk konden worden gesteld.
Het hof oordeelde dat uit het e-mailverkeer en rekeningafschriften bleek dat Top MT provisies had uitbetaald en daarmee een betalingsverplichting erkende. De stelling van Top MT dat betalingen voorschotten waren, werd niet aannemelijk gemaakt. De vorderingen tegen de bestuurders werden afgewezen omdat Unicom onvoldoende concrete feiten had gesteld om een persoonlijk ernstig verwijt aan te tonen.
Verder werd geoordeeld dat een vaststellingsovereenkomst tussen Unicom Den Haag Centrum en Unicom Rotterdam Centrum niet was opgehouden te bestaan door het faillissement, zodat de vordering van Unicom Den Haag Centrum op Top MT rechtens overeind bleef. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het tegen de bestuurders was gewezen, wees de vorderingen tegen hen af, veroordeelde Unicom tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen aan deze bestuurders, en bekrachtigde het vonnis voor het overige.
De proceskosten werden verdeeld waarbij Top MT werd veroordeeld tot betaling van de kosten aan de zijde van Unicom c.s., terwijl de kosten aan de zijde van de bestuurders werden begroot op nihil. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vorderingen tegen bestuurders van Top MT afgewezen wegens onvoldoende bewijs van persoonlijk ernstig verwijt; overige vorderingen bekrachtigd.