ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ2033
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- R.G. Kemmers
- C.E. Buitendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verzoek tot beëindiging en verlaging partneralimentatie na inkomensachteruitgang
Partijen zijn in 1969 gehuwd en in 1993 gescheiden waarbij de man een levensonderhoudsuitkering aan de vrouw is opgelegd. De man verzoekt in hoger beroep om beëindiging of verlaging van deze alimentatie vanwege zijn inkomensdaling na pensionering en andere financiële lasten.
Het hof stelt vast dat de alimentatieplicht sinds 1993 loopt en dat de vrouw een aanzienlijk lagere draagkracht heeft door gezondheidsproblemen en een traditioneel rolpatroon tijdens het huwelijk. De vrouw heeft zich na de scheiding voldoende ingespannen om werk te vinden, maar haar inkomen is ontoereikend om zonder alimentatie rond te komen.
Hoewel het inkomen van de man is gedaald, acht het hof het beëindigen van de alimentatie per 1 juli 2010 te ingrijpend voor de vrouw. Het hof bepaalt daarom een verlaging van de alimentatie tot €1.110 per maand en verlengt de verplichting tot 1 april 2012, waarna de alimentatie eindigt. Het verzoek tot eerdere beëindiging wordt afgewezen.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt verlaagd tot €1.110 per maand vanaf 1 juli 2010 en verlengd tot 1 april 2012 waarna de verplichting eindigt.